Satijnkonijn
Het Satijnkonijn
Afwijkende haarstructuren
?xml:namespace>
Geschreven door J Roobol
?xml:namespace>
?xml:namespace>
Sinds1965 maakt het Satijnkonijn deel uit van de in Nederland erkende konijnenrassen. Deze konijnen hebben hun naam te danken aan de bijzondere structuur van het pelshaar. De kortharige Rexpels voelde als fluweel en men maakte voor de Satijnpels de vergelijking met satijn, een fijn, zacht glanzend halfzijden textielweefsel.
Het kenmerkende van het ras is een verandering van de normale pelsconstructie. In de aanvang van dit werkje is verklaard hoe een normaalhaarpels is opgebouwd en we herinneren, met de huid de pels vormend. De haren zijn de hoornachtige afstootsels van de opperhuid, die groeien vanuit de haarzakjes. De haarbroei wordt hierin veroorzaakt en op één haarwortel ontstaat meestal maar één haar. Rondom de haarschacht kunnen wolhaartjes optreden, die de isolerende werking van de pels tegen koude intensiveren. De samenstelling van het enkele haar bevat uit de hoornige buitenlaag, de schors en het merg. Het aantal mergcellen bepaalt de dikte van het haar en darmede de sterkte en de functie binnen de levensverrichtingen van de diersoort. We onderscheiden tast of borstelharen, het dek of grannenhaar, het bijhaar en de onderwol. De mutatie welke plaats gevonden heeft veroorzaakte dat er niet één maar meerdere haren ontstonden op één haarbolletje. De nieuw model haren zijn veel dunner en fijn er dan de oorspronkelijke granharen. In de haarpapil wordt op normale wijde het haarmerg gevormd, maar doordat het over meerdere haren verdeeld moet worden treedt het sterk gereduceerd op in de haarschachten. Daardoor ontstaat een andere textuur van de hoornstof die het haar vormt. Door de verdunning ontstaat een zeer fijne en zijdeachtige beharing welke de elasticiteit en stevigheid mist van normaalhaar. De samenhang tussen de dunne opperhoornlaag en de gereduceerde mergcellen geeft een gewijzigde lichtreflex.
Men beweert dat er vier maal zoveel haren door de mutatie zijn gekomen als oorspronkelijk, doch de bronnen, waarop deze telling berust zij niet bekend. De dichtere inplanting van de haren brengt echter de ontwikkeling van het wolhaar in het gedrang en een nieuw soort beharing bij konijnen is op deze manier ontstaan.
Aangezien de nieuwe eigenschap zich voortplant bij de nakomelingen, zij het terugtredend ten opzichte van het natuurlijke haar, viel de haarmutatie aan te merken als een raseigenschap.
De eerste Satijnkonijnen kwamen voor in een nest Havanna’s bij Walter Huey te Pendleton, Amerika in het jaar 1932. Voor de eerste maal ingezonden op de show van de American Rabbit and Cavy Breeders Association te Louisville, Kentucky in 1934 verwekte het, gelijk elk nieuw ras, sensatie bij de konijnenfokkers. De Havannafokkers voelden hun ras bedreigd en gingen in het offensief met het argument dat normaal behaarde Havanna’s een grotere dichtheid van de pels bezaten. Over de pro’s en contra’s werd veel geargumenteerd totdat Dr. Castle en andere genetici de uitspraak deden, dat de Satijn beharing een recessief verervende mutatie was. Het Satijn konijn werd geen commerciële waarde toegedacht en daar veroordeeld tot een hobbyras voor sportfokkers.
?xml:namespace>
Mr. J.T. Price uit Phoenix in Arizona had daar echter andere gedachten over, hij kocht enkele Satijn-Havanna’s en kruiste deze met Witte Nieuwzeelanders, welke in Amerika als het beste vleesras worden beschouwd. Na een serie paringen op basis van lijnenteelt en inteelt werd in 1938 de witte Satijn verkregen.
De bekende auteur van konijnenlectuur E.Coles kreeg een paar stukken Satijnpels toegestuurd ter bestudering en deze schreef als in een bloemlezing over de fijne beharing met de bijzondere glans:
"Het aanzien van de pels deed mij denken aan de ‘zaadpluizen’ van een distel, wanneer deze door de zijn beschenen worden”.
?xml:namespace>
Door het satiniseren ondergaat de gebruikelijke nuance van de witte kleur enige wijziging. Dat leidde er toe dat de witte Satijns in Engeland "Ivories” werden genoemd. Ivoorkleurige dus. Onder deze benaming werden in ons land dieren geïmporteerd door wijlen N.v.d. Klink uit Gouda en de combinatie Lens-Martens uit Eindhoven. In 1965 werd het ras in Nederland erkend.
……
…
De praktijk wijst uit dat er verschil bestaat tussen Satijnkonijnen afkomstig uit Amerika en die uit Engeland. In Amerika adviseerde men voor het creëren van meerdere kleurslagen gebruik te maken van normaalharige rassen. Zij prefereerde de Rexen als kruisingspartners voor de Satijns. Later bleek dit ook juist gezien, daar de textuur van het haar der beide rassen veel overeenstemming vertoonde. Het areaal van de kleuren bij de Rexkonijnen was uitgebreid, zodat de weg voor de kleursatijns met een uniforme verschijningsvorm of type en grootte geëffend was. De enthousiaste Satijnfokker Th. Vogel, eertijds voorzitter van de specialclub, was de eerste die konijngrijze, zwarte en gele Satijnkonijnen introduceerde. Behalve deze kleuren werden spoedig, ijzergrauw, blauw, bruin en oranje aan de standaard toegevoegd, doch thans is het ras toegelaten in alle erkende kleuren naast Ivoor, alle marter variëteiten en Chinchilla. Tekeningdieren zijn niet erkend, hoewel in Amerika de Californian met Satijnglans heeft.
…….
….
?xml:namespace>
|